Herfst
Het is herfst. In mijn leven dan, want in de echte wereld is het maximaal zomer! Alles bruist en gonst van het leven, er is volop licht en warmte, geur en kleur. En normaal ben ik er dol op. Maar dit jaar is het anders. Het gaat allemaal nogal aan me voorbij en ik beleef er nauwelijks plezier aan. Want ik heb groot verdriet. Voor mij is het herfst…
Ons lieve, trouwe, blije, snoezige hondenkind is namelijk ernstig ziek. Ze heeft niet heel lang meer te leven. Ik zeg ‘hondenkind’ omdat ze dat voor ons al ruim 13 jaar echt is. Niet iedereen kan dat begrijpen. Ik had vooraf ook nooit kunnen bedenken dat ‘een hond’ zó diep in mijn hart zou kunnen nestelen. Dat ze zó’n grote plek zou innemen in mijn leven. Maar ik weet dat velen wèl begrijpen dat de band met een hond zó bijzonder innig kan zijn. Zo intens. Zo puur. Zo zuiver. Zo in en in liefde. En door en door trouw. Zo vol van vreugde en bruisend van leven.
Het is voor mij een ontroerend Goddelijk mysterie, hoe wonderlijk diep de band tussen mens en dier kan zijn. Wat een kostbaar en lieflijk geschenk voor de mensheid. Het doet me ergens denken aan de band met God. Wendy Francisco heeft daar ooit een lief liedje over gemaakt: ‘G-O-D and D-O-G’. Een hond weerspiegelt een deel van Gods wezen, van Zijn liefde en trouw.
Wij hebben geen kinderen mogen krijgen. Dat is een groot verdriet en een leegte in mijn hart. En onze lieverd heeft de pijn daarvan zo verzacht. En daardoor heeft ze een nog grotere betekenis voor ons gekregen en een veel belangrijkere plaats dan ‘de hond die óók bij het gezin hoort’. We hebben haar ook altijd ervaren als een geschenk rechtstreeks uit de hemel en een door Hem gegeven tastbare troost. Ik heb al die jaren kunnen liefhebben, koesteren, zorgen. Kunnen ‘moederen’. We hebben zó van haar genoten, zoveel mooie, gezellige en lieve avonturen beleefd. Ze is onze allerliefste.
En binnenkort is dat seizoen voorbij. Dan wordt het winter in mijn hart. Dan is er leegte. Kilte. Kaalheid. Stilte. Alles dor en zonder geur en kleur. En ik zie er als een berg tegenop. Wat verafschuw ik de dood! We zijn niet bestemd om te sterven en dat voel ik altijd al, maar nu nog veel sterker in mijn hele wezen. Het is zó nooit Gods bedoeling geweest! De dood is werkelijk onze laatste vijand. (1 Kor. 15:26)
Maar nu is het nog geen winter. Het is nog herfst. Het gaat naar omstandigheden nog goed met haar. De onzekerheid over het verloop en hoe lang ze nog mag leven, in relatief goede toestand, de angst dat ze moet lijden en hoe het einde zal gaan; het voelt als de blaadjes die verdrogen en vallen. Het toenemen van de donkere uren t.o.v. het licht, de temperaturen die dalen, gure winden die opsteken en toenemende sombere regendagen. En bovenal weten dat je onherroepelijk afstevent op de winter.
Te midden van de barre kant van de herfst echter, is er ook nog het genieten van elke dag dat ze blij is en comfortabel.
Dat ze geniet van alles wat ze nog wèl kan en waar ze nog plezier in heeft.
Lekker kroelen en de hele dag snacken.
Ons hyper-blij begroeten met een glimlach (ja echt…) als we thuiskomen.
Dat is de andere kant van de herfst: de prachtige kleuren, heerlijke geuren, soms nog fijne temperaturen,
zonnige dagen, paddenstoelen, het seizoen van de oogst, het gouden licht. Het is voor mij genieten, zeker wel.
Dankbaar voor elke kroel, elke blik in haar lieve kraaloogjes, elke kwispel van haar pluizige staart,
elke aanblik van haar optimaal comfortabel uitgestrekt liggen op haar favoriete plekje op de bank.
Maar het is absoluut niet het soort genieten dat ik voel in de lente. Wanneer alles tot leven komt en 2 heerlijke seizoenen voor me liggen. Het is genieten als in de herfst. Genieten met een wee gemoed over dat wat voorbij is, en een grijze sluier over al het moois van vandaag. De laatste zonnestralen. De laatste mooie kleuren. De laatste blaadjes aan de bomen. De laatste dagen met lekker weer. Voordat de winter onherroepelijk komt. En ik zie er verschrikkelijk tegenop. Wat een barre winter zal het zijn.
Voor alles is een tijd
Maar, zoals zo prachtig beschreven staat in Prediker 3, is er voor alles een tijd. Ik voel het niet, geloof het nauwelijks, maar ik weet dat óók de lente weer komt. Onherroepelijk. Dat het een kwestie is van tijd. Wachten. Onder een warm dekentje kruipen, met appeltaart en warme chocolademelk. Me warmen bij de kachel. Rusten en ondertussen gewoon verdergaan met het leven van alledag. Dag voor dag. Wetend dat ook dit seizoen weer voorbij zal gaan. Na de winter komt áltijd weer de lente. Dat is één van de weinige zekerheden die we hebben in dit leven. En dat biedt me troost. Veel troost. Het komt goed. Ook in mijn hart zal de lente weer komen. Zal de zon weer gaan schijnen. En ondertussen mag ik de hele winter schuilen onder Zijn vleugels, mijn verdriet en ongemak er laten zijn en uithuilen op Zijn schouder, me warmen aan Zijn liefde en troost. Wachtend, tot de lente weer komt. Want die komt! Onherroepelijk.
Jezus troost allen die treuren
Ik was toen de mokerslag net gevallen was nogal van slag van de diepte van mijn verdriet. Ik wist dat ik zielsveel van haar hou, maar dat ik zó intens van de kaart zou zijn had ik toch niet verwacht. Ik vond het wat buiten proportioneel eigenlijk… ‘Is dit wel normaal?’ vroeg ik mij af. Maar gaandeweg kwam ik erachter dat dit aanstaande verlies ook haakt aan een diepere laag; het verlies van het moederschap.
Maar los daarvan is het wel degelijk normaal. Want wat is normaal? Ieder verlies in welke vorm dan ook dient ‘gerouwd’ te worden en ieder doet dat op zijn/haar eigen unieke manier. Verlies van een huisdier krijgt steeds meer erkenning, gelukkig. Het is niet ‘maar’ een hond of kat. En je neemt niet ‘gewoon weer een nieuwe’.
Velen rouwen dieper over hun trouwe harige vriend dan over een ouder, zo lees ik. Zo’n dier kan je soulmate zijn. Ze kunnen dieper in onze ziel verankerd raken dan menig mens in onze inner circle ooit. Die ontroerend mooie kwaliteit bezitten ze! Het is serieus, oprecht, intens verdriet wat iemand doormaakt. Keiharde rauwe rouw.
Maar of het nu om verlies van een mens, dier of iets anders gaat, en hoe we dit ook doorleven: onze hemelse Vader belooft ons dat we er doorheen komen. Aan Zijn hand. Dat betere tijden zich weer zullen aandienen. Met tranen slapen wij ’s avonds in, ’s morgens staan we juichend op (Ps.30:6). Voor alles is een tijd. Het is ‘slechts’ een seizoen. En onze beste Vriend Jezus IS er. Hij heeft Mij gezonden om de gebrokenen van hart te verbinden en om allen die treuren te troosten (Jes.61:1-2). Hij gaat mèt ons door dat diepe dal. Niet naast, niet bij, maar mèt ons! Hij zorgt, Hij draagt, Hij troost, Hij houdt ons vast. Dat voel ik vaker niet dan wel. Maar ik gelóóf het. Ik wéét dat het waar is. En dat is genoeg voor deze dag. Deze nacht. Tot de morgen weer komt. Tot het nieuwe seizoen zich aandient…
Geschreven door Andrea Visser van Soelaas Hulpverlening